Waar we voor staan
Zeldzame en unieke collectie Duurzaam en ethisch geteeld Persoonlijk advies en ondersteuning Snelle en veilige levering
Over de Trachycarpus takil - S
Trachycarpus takil, ook bekend als de Kumaon-palm, is een groenblijvende, solitair groeiende waaierpalm met een stevige, vezelige stam en een open kroon van grote, waaiervormige bladeren. Volwassen bladeren zijn groen aan de bovenzijde, zilverachtig aan de onderzijde en verdeeld in talrijke smalle segmenten. Bij een exemplaar in maat S kan de uiteindelijke bladgrootte nog niet zijn bereikt en kunnen de karakteristieke bladdeling en lichte bladonderzijde nog minder uitgesproken zijn; deze kenmerken worden doorgaans duidelijker naarmate de palm zich verder ontwikkelt. De verkoopmaat zegt niets over de actuele leeftijd of het ontwikkelingsstadium.
Kenmerken
Oorsprong: Trachycarpus takil komt van nature voor in de westelijke en centrale Himalaya, met bekende groeiplaatsen in de Kumaon-regio van de Noord-Indiase deelstaat Uttarakhand en in Nepal. De soort groeit in een gematigd bergklimaat, onder meer in koele, vochtige eikenbossen op ongeveer 1.800 tot 2.700 meter hoogte. Op deze hooggelegen groeiplaatsen komen winterse vorst en sneeuw voor.
Familie: Deze soort behoort tot de palmenfamilie, Arecaceae.
Standplaats: Kies buiten een zonnige tot licht beschaduwde, beschutte plaats. Bescherm de palm tegen sterke of koude, uitdrogende wind. Laat een exemplaar in maat S geleidelijk aan direct zonlicht wennen en voorkom tijdens de eerste winters een onbeschutte standplaats. Teelt in een pot is praktisch zolang de plant klein is; uitplanten kan bij voorkeur in het voorjaar, op een plaats met vruchtbare grond en een uitstekende afwatering.
Hoogte: Een volwassen Trachycarpus takil kan ongeveer 8 tot 12 meter hoog en 1,5 tot 2,5 meter breed worden. De soort vormt normaal één stam. Deze volwassen afmetingen beschrijven het soortbeeld en niet de actuele grootte van het aangeboden exemplaar in maat S.
Bloeitijd: Volwassen exemplaren kunnen bloeiwijzen vormen, maar voor de Nederlandse teelt is geen betrouwbare, vaste bloeiperiode vastgesteld. Bloei bij het aangeboden exemplaar in maat S is niet gegarandeerd.
Bloemkleur: De kleine bloemen staan in grote, vertakte geelbruine bloeiwijzen.
Winterhardheid: Gevestigde exemplaren zijn goed winterhard, maar jonge planten zijn gevoeliger voor harde of langdurige vorst. Bescherm een plant in maat S tijdens strenge vorst en tegen koude, uitdrogende wind en langdurige winterse nattigheid. In een pot koelt de wortelkluit sneller af; verplaats de pot tijdens zware vorst tijdelijk naar een onverwarmde, lichte en vorstvrije ruimte en laat overtollig water steeds goed weglopen.
Grondsoort: Gebruik vruchtbare, luchtige en zeer goed drainerende grond of, bij potteelt, een substraat met dezelfde eigenschappen. Meng kwalitatieve palmengrond of losse tuingrond met grof zand, fijne lavakorrels, split of puimsteen. De soort verdraagt zowel kalkhoudende als neutrale of licht zure grond. Vermijd zware, verdichte grond en stilstaand water rond de wortels.
Verzorging
Licht: Geef de palm veel licht. Volle zon tot lichte halfschaduw is geschikt, maar laat een jong exemplaar of een plant die beschut heeft overwinterd geleidelijk aan felle zon wennen om bladschade te voorkomen.
Water: Geef tijdens de actieve groei water zodra de bovenlaag van het substraat is opgedroogd. Maak de kluit gelijkmatig vochtig en laat overtollig water volledig weglopen. Een gevestigd exemplaar in de volle grond verdraagt tijdelijke droogte, maar laat een plant in maat S niet langdurig volledig uitdrogen. Geef in de winter minder water.
Voeding: Geef in het voorjaar en de vroege zomer met mate een geschikte palmenvoeding volgens de aanwijzingen op de verpakking. Bemest niet wanneer de groei tijdens de koude periode vrijwel stilstaat.
Snoeien: Verwijder alleen volledig afgestorven bladeren en snijd deze dicht bij de stam af zonder de stam, groene bladeren of het centrale groeipunt te beschadigen. Laat gedeeltelijk groene bladeren staan zolang deze nog bijdragen aan de groei. Trek vastzittende oude bladvoeten of vezels niet van de stam af.
Verpotten: Verpot bij voorkeur in het voorjaar wanneer de wortels de pot grotendeels hebben gevuld. Kies een stabiele, iets grotere en voldoende diepe pot met ruime drainagegaten. Behandel de wortels voorzichtig en plant de palm niet dieper dan voorheen.
Luchtvochtigheid: Een gemiddelde luchtvochtigheid is geschikt. Buiten is vooral een luchtige standplaats van belang. Zorg tijdens een beschutte overwintering voor voldoende ventilatie en plaats de palm niet langdurig in een warme, donkere of slecht geventileerde ruimte.
Bijzonderheden: Trachycarpus takil is historisch vaak verward met vormen van Trachycarpus fortunei. Kenmerkend voor volwassen exemplaren zijn onder meer de grote bladwaaiers, de zilverachtige bladonderzijde, een relatief open kroon en strak rond de stam liggende vezels. Bij een plant in maat S zijn deze onderscheidende kenmerken mogelijk nog niet allemaal volledig zichtbaar. De soort heeft een complex voortplantingssysteem: mannelijke en vrouwelijke bloemen komen doorgaans op afzonderlijke exemplaren voor, maar bij deze soort zijn ook tweeslachtige bloemen en veranderingen in geslachtsuiting waargenomen. Donkere vruchten kunnen na bestuiving ontstaan; het geslacht van het aangeboden exemplaar en toekomstige bloei of vruchtvorming zijn niet gegarandeerd. Rijpe zaden worden in het natuurlijke verspreidingsgebied lokaal gegeten, maar gebruik plantmateriaal uit de teelt alleen voor consumptie wanneer de identiteit en teeltgeschiedenis betrouwbaar zijn vastgesteld en het materiaal aantoonbaar geschikt is voor consumptie.
Alle specificaties
Beoordelingen
Nog geen beoordelingen